Wat is creditering bij omzetting naar een bv, en waarom wordt dit vaak toegepast?
Creditering betekent dat de bv bij de overdracht van uw onderneming niet de volledige waarde in aandelenkapitaal omzet, maar een deel schuldig blijft aan u als inbrenger — u krijgt dus een vordering op uw eigen bv. Dit geeft u financiële armslag in de overgangsperiode, bijvoorbeeld om de belasting te betalen die door de omzetting ontstaat, zonder meteen op een (te) laag dga-salaris te hoeven teren.
Bij geruisloze inbreng is creditering aan een maximum gebonden, opgebouwd uit twee onderdelen:
- het bedrag dat u op het overgangstijdstip feitelijk nog aan inkomstenbelasting, Zvw-premie, belasting- en invorderingsrente en eventuele boetes verschuldigd bent
- een vast “afrondingsbedrag” van 5% van het gestorte aandelenkapitaal, met een plafond van €30.000
Bij ruisende inbreng gelden deze grenzen in beginsel niet — tenzij u een beroep doet op de vrijstelling overdrachtsbelasting bij inbreng van vastgoed. In dat geval blijft ook bij ruisende inbreng de creditering beperkt (in de kern tot 10% van de waarde), al telt het gebruik van de lijfrenteaftrek daar niet in mee. Brengt u onroerend goed in, dan is de 5%-afrondingscreditering hoe dan ook niet beschikbaar.
Waarom wordt dit zo vaak gebruikt? Zonder creditering zou er al snel een rekening-courantschuld tussen u en de bv ontstaan, simpelweg omdat het nettosalaris in de eerste periode vaak (nog) niet toereikend is. Een vooraf afgesproken creditering geeft daar een nette, schriftelijk vastgelegde basis voor.
Als fiscalist adviseer ik hierbij altijd een aparte geldleningsovereenkomst op te stellen, met een zakelijk rentepercentage. Zonder die vastlegging ontstaat een terbeschikkingstellingssituatie die u liever bewust vormgeeft dan achteraf laat ontstaan.
Gerelateerd: Wat moet er in de inbrengbeschrijving staan bij omzetting naar een bv? · Wat is het verschil tussen ruisende en geruisloze omzetting naar een bv?
