Ga naar de hoofdinhoud
Inhoudsopgave
Afdrukken

De terbeschikkingstellingsregeling (TBS) bij bedrijfsopvolging

Veel familiebedrijven draaien niet alleen op de onderneming zelf, maar ook op vermogen dat daaromheen hangt — met als meest voorkomende voorbeeld: het bedrijfspand dat niet van de bv is, maar van de DGA privé, en dat tegen huur aan de eigen onderneming ter beschikking wordt gesteld. Zodra dat pand aan een “verbonden persoon” wordt verhuurd, komt de terbeschikkingstellingsregeling (TBS) in beeld — en die regeling heeft bij een bedrijfsopvolging eigen, vaak onderschatte gevolgen.

Wat houdt de TBS-regeling in?

De TBS-regeling is van toepassing wanneer u een vermogensbestanddeel — meestal een bedrijfspand, soms ook een vordering of andere bezitting — ter beschikking stelt aan een vennootschap waarin uzelf of een met u verbonden persoon een aanmerkelijk belang heeft. Onder “verbonden persoon” vallen uw fiscale partner en uw minderjarige kinderen (en die van uw partner).

Fiscaal wordt dit behandeld alsof u zelf een soort onderneming drijft met dat ene vermogensbestanddeel: de ontvangen huur, na aftrek van kosten, wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1. Net als bij een gewone onderneming bestaat er een vrijstelling — in dit geval de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% over het resultaat, vergelijkbaar in opzet met de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers.

De ongebruikelijke TBS. Verhuurt u het pand niet aan uzelf of uw partner, maar bijvoorbeeld aan uw meerderjarige kind of een ander familielid, dan geldt de TBS-regeling alleen als de afspraken “ongebruikelijk” zijn — met andere woorden: als de huurvoorwaarden afwijken van wat tussen onafhankelijke partijen zakelijk zou zijn overeengekomen. In dat geval wordt de kring van verbonden personen verruimd tot bloed- en aanverwanten in de rechte lijn.

Waarom dit relevant wordt bij bedrijfsopvolging

Zodra de onderneming zelf wordt overgedragen — door schenking, verkoop of vererving — eindigt in beginsel ook de TBS-situatie. En het einde van een TBS-situatie is, net als het staken van een onderneming, een fiscaal afrekenmoment: over de stille reserves in het pand (het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de fiscale boekwaarde) moet worden afgerekend in box 1.

Dit raakt dus niet alleen de ondernemer die zijn bedrijf overdraagt, maar ook — als dat een andere persoon is — degene die het pand ter beschikking stelde. Bij een echtpaar waarvan de man de onderneming drijft en de vrouw het bedrijfspand verhuurt vanuit haar privévermogen, heeft een bedrijfsopvolging dus twee aparte fiscale afrekenmomenten tot gevolg: één bij de ondernemer (staking van de onderneming) en één bij de terbeschikkingsteller (einde van de TBS).

Uitstel en doorschuifmogelijkheden

Voor de belastingclaim die ontstaat bij het einde van de TBS, bestaan vergelijkbare verzachtingen als bij een gewone bedrijfsstaking:

  • Uitstel van betaling. De terbeschikkingsteller kan, onder voorwaarden, maximaal 10 jaar uitstel van betaling krijgen voor de belastingclaim over de stille reserves in het pand.
  • Doorschuiven bij overlijden. Overlijdt de terbeschikkingsteller, dan kan de belastingclaim onder voorwaarden doorschuiven naar de erfgenamen, vergelijkbaar met de doorschuifregeling bij een gewone onderneming.
  • Doorschuiven naar een andere TBS-situatie. Gaat hetzelfde vermogensbestanddeel over naar een nieuwe TBS-situatie van dezelfde persoon (bijvoorbeeld omdat het pand aan een andere, eveneens verbonden onderneming ter beschikking wordt gesteld), dan kan de claim eveneens doorschuiven.

Waar het typisch misgaat: overdracht binnen de familie of aan een werknemer. Bij een reguliere geruisloze doorschuiving van de onderneming naar een kind, of bij inbreng van de onderneming in een bv-structuur, bestaat er geen doorschuifmogelijkheid voor de TBS-claim op het pand. Dat is opmerkelijk, want feitelijk verandert er vaak niets aan de verhuursituatie zelf — het pand wordt op dezelfde manier gebruikt, alleen door een andere formele huurder. Toch moet in deze gevallen in beginsel gewoon worden afgerekend over de stille reserves in het pand.

Let op: er is in de fiscale literatuur en rechtspraak discussie over de vraag of dit in alle gevallen terecht is — met het argument dat de TBS-situatie feitelijk niet eindigt als de huurverhouding ongewijzigd blijft, ook al wisselt de formele tegenpartij. Dit standpunt is echter nog niet door de rechter bevestigd, en in de praktijk moet u er rekening mee houden dat de Belastingdienst gewoon afrekening eist.

Een uitgewerkt voorbeeld

Stel: Van Leeuwen Interieurbouw wordt gedreven vanuit een bedrijfspand dat niet in de bv zit, maar privé-eigendom is van mevrouw Van Leeuwen — de echtgenote van de ondernemer, die zelf niet in het bedrijf werkt. Zij verhuurt het pand aan de bv van haar man tegen een zakelijke huur. Dit is een klassieke TBS-situatie: mevrouw Van Leeuwen is de terbeschikkingsteller, haar man is de aanmerkelijkbelanghouder van de bv.

Het pand heeft een boekwaarde van €350.000 en een actuele waarde van €620.000 — een stille reserve van €270.000.

Wanneer de heer Van Leeuwen de aandelen in zijn bv schenkt aan zoon Robin, eindigt tegelijkertijd de TBS-relatie van mevrouw Van Leeuwen met de onderneming: de bv komt immers in handen van een andere (indirecte) huurder-structuur. Over de stille reserve van €270.000 is mevrouw Van Leeuwen in beginsel inkomstenbelasting verschuldigd in box 1, na toepassing van de terbeschikkingstellingsvrijstelling van 12% (zodat per saldo over €237.600 wordt afgerekend).

Zonder planning komt deze belastingclaim dus boven op de fiscale gevolgen van de aandelenschenking zelf — twee aparte heffingsmomenten binnen dezelfde bedrijfsopvolging. Met tijdige planning (bijvoorbeeld door het pand vóór de overdracht alsnog in de bv-structuur onder te brengen, of door gebruik te maken van het uitstel van betaling) kan dit beter worden opgevangen.

Waarom dit vaak over het hoofd wordt gezien

In de praktijk richt de aandacht bij een bedrijfsopvolging zich meestal volledig op de aandelen of de IB-onderneming zelf — op de BOR, de DSR, de waardering. Het bedrijfspand dat “toevallig” privé-eigendom is van de partner, blijft daardoor regelmatig buiten beeld, tot het moment dat de notaris of de belastingadviseur ernaar vraagt. Omdat de TBS-regeling een volledig aparte fiscale route kent — met eigen afrekenmomenten, een eigen vrijstelling en eigen doorschuifmogelijkheden — verdient dit onderdeel een even grondige voorbereiding als de bedrijfsopvolging zelf.

Als fiscalist adviseer ik bij elke bedrijfsopvolging expliciet te inventariseren welke vermogensbestanddelen buiten de onderneming zelf, maar wel binnen de familie, aan de onderneming ter beschikking worden gesteld. Vaak is het verstandig om, ruim vóór de daadwerkelijke overdracht, te bekijken of het pand alsnog in de bv-structuur kan worden ondergebracht — zodat bij de uiteindelijke overdracht niet twee aparte belastingclaims tegelijk spelen.

Tot slot

De TBS-regeling is een van de onderdelen van een bedrijfsopvolging die het makkelijkst over het hoofd wordt gezien, juist omdat het vermogensbestanddeel er vaak al jarenlang “gewoon bij hoort” zonder dat er fiscaal nog bij wordt stilgestaan. Zodra de onderneming zelf wordt overgedragen, komt deze claim alsnog in beeld — met een eigen tijdpad en eigen voorwaarden voor uitstel.

Heeft u, of uw partner, privévermogen dat aan uw onderneming ter beschikking wordt gesteld? Laat dit meenemen in de voorbereiding op uw bedrijfsopvolging, zodat er geen onverwachte claim naar boven komt op het moment van overdracht.

Adviesgesprek aanvragen →

Gerelateerd: Hoe zit het met pensioen in eigen beheer (ODV) bij bedrijfsoverdracht? · Hoe combineer je bedrijfsopvolging met een holdingstructuur? (pijler Bedrijfsopvolging)

Categorieën