Box 2 vs. box 3: hoe kies je de juiste structuur voor je vermogen?
De keuze tussen beleggen in privé (box 3) en beleggen via een bv (met uiteindelijke heffing in box 2) hangt vooral af van de omvang van uw vermogen, uw beleggingshorizon en hoe vaak u het rendement nodig heeft als inkomen. Box 3 kent een vaste, jaarlijkse heffing ongeacht het werkelijke resultaat; een bv-structuur belast het werkelijke rendement, met de mogelijkheid om de uiteindelijke privéheffing uit te stellen.
Kerncijfers om te vergelijken (2026):
- Box 3: 36% belasting over een forfaitair rendement (circa 1,3% op spaargeld, 6% op overige bezittingen zoals beleggingen), boven een heffingsvrij vermogen van €59.357 (€118.714 voor fiscale partners)
- Bv-structuur: 19% VPB tot €200.000 winst, 25,8% daarboven, plus bij uitkering 24,5%/31% box 2-heffing — maar deze laatste heffing kan worden uitgesteld
Een paar vuistregels:
- Bij een beperkt vermogen en een voorspelbaar, laag rendement is box 3 vaak eenvoudiger en fiscaal niet per se ongunstiger
- Naarmate het vermogen groter wordt en het te behalen rendement hoger ligt dan het forfaitaire percentage, wordt een bv-structuur aantrekkelijker — mits u het geld niet op korte termijn nodig heeft
- Vanaf 2028 verandert box 3 naar een heffing over werkelijk rendement — dat verkleint het verschil met de bv-structuur voor wie vooral op waardestijging mikt, maar hoeveel precies hangt af van de uiteindelijke wetgeving
Als fiscalist maak ik deze afweging altijd op maat: niet alleen de huidige situatie, maar ook hoe uw vermogen en beleggingsdoelen er de komende 5 tot 10 jaar uitzien.
Gerelateerd: [Wat is een beleggings-bv en wanneer is dit fiscaal voordelig?] · [Wat verandert er in box 3-belasting voor vermogende ondernemers?]
