Wat verandert er in box 3-belasting voor vermogende ondernemers?
In 2026 blijft box 3 nog werken met een forfaitair (vastgesteld) rendement: 36% belasting over een verondersteld rendement van circa 1,3% op spaargeld en 6% op overige bezittingen zoals beleggingen, boven een heffingsvrij vermogen van €59.357 per persoon. De grote verandering komt naar verwachting per 2028, wanneer wordt overgestapt op belasting over het werkelijk behaalde rendement.
Voor nu geldt:
- Het tarief van 36% ligt al enkele jaren vast en verandert in 2026 niet
- Het heffingsvrije vermogen stijgt jaarlijks mee met de inflatie
- Via de zogeheten tegenbewijsregeling kunt u, als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement, alsnog belasting betalen over het werkelijke (lagere) bedrag
Wat er per 2028 verandert (op basis van het huidige wetsvoorstel): belasting over het daadwerkelijk behaalde rendement — rente, dividend, huurinkomsten én waardestijging — tegen een tarief van (vooralsnog) 36%, met een voorgesteld heffingsvrij rendement van €1.800 per jaar in plaats van een heffingsvrij vermogen. Dit is nog geen definitieve wetgeving; de exacte vormgeving kan nog wijzigen.
Wat dit betekent voor vermogende ondernemers: zodra belasting wordt geheven over werkelijk rendement in plaats van een forfait, wordt het verschil met een bv-structuur voor een deel kleiner, maar niet verdwenen — uitstel van box 2-heffing blijft een reëel voordeel dat in box 3 ontbreekt.
Als fiscalist houd ik deze wetgeving nauwlettend in de gaten voor cliënten met substantieel vermogen buiten de onderneming: de uiteindelijke vormgeving van het nieuwe stelsel kan de afweging tussen privé beleggen en een beleggings-bv wezenlijk beïnvloeden.
Gerelateerd: [Box 2 vs. box 3: hoe kies je de juiste structuur voor je vermogen?] · [Wat is een beleggings-bv en wanneer is dit fiscaal voordelig?]
