Ga naar de hoofdinhoud
Inhoudsopgave
Afdrukken

BOR in 2026: zo rekent u de vrijstelling bij bedrijfsoverdracht door

Bij een bedrijfsoverdracht is de BOR geen percentage dat u simpelweg op de waarde van de aandelen toepast. Eerst moet duidelijk zijn welk deel van de verkrijging ondernemingsvermogen is, hoe dat vermogen wordt gewaardeerd en welke voorwaarden voor de overdrager en opvolger gelden. Pas daarna kunt u de mogelijke vrijstelling berekenen.

In deze gids lopen we die berekening in een praktische volgorde door. Het voorbeeld is fictief en bedoeld om de stappen te laten zien. Een waardering of aangifte vraagt altijd om beoordeling van de feiten en de actuele regels.

Begin met de rekensom: welke waarden zitten in de overdracht?

Stel dat Peter van Doorn zijn aandelen in een holding aan zijn zoon Tim schenkt. In de holding zit een werkmaatschappij die een metaalbedrijf drijft. De totale waarde van de aandelen is na een onafhankelijke waardering € 3.200.000. Daarvan bestaat € 400.000 uit overtollige liquide middelen die niet nodig zijn voor de bedrijfsvoering. Voor dit voorbeeld nemen we aan dat de waarde van het kwalificerende ondernemingsvermogen € 2.800.000 is, dat de liquidatiewaarde niet hoger uitvalt en dat aan alle overige voorwaarden wordt voldaan.

StapBedrag
Kwalificerend ondernemingsvermogen€ 2.800.000
100% vrijstelling over de eerste € 1.543.500 (2026)€ 1.543.500
Resterend ondernemingsvermogen€ 1.256.500
75% vrijstelling over dat restant€ 942.375
Totale vrijstelling in dit vereenvoudigde voorbeeld€ 2.485.875
Niet-vrijgesteld deel ondernemingsvermogen€ 314.125
Niet-kwalificerende liquide middelen€ 400.000
Verkrijging vóór de gewone schenkingsvrijstelling€ 714.125

De grens van € 1.543.500 en het percentage van 75% gelden voor 2026. De uitkomst kan anders zijn als bijvoorbeeld de liquidatiewaarde hoger is dan de going-concernwaarde, schulden of buitenvennootschappelijk vermogen meespelen, of de waarde van de aandelen niet gelijk is aan de waarde van het ondernemingsvermogen. De waarderingsregels verdienen daarom een aparte berekening.

Van aandelenwaarde naar belastbare verkrijging

Als Tim de aandelen in 2026 van zijn ouder geschonken krijgt, kan voor deze vereenvoudigde rekensom ook de jaarlijkse vrijstelling voor een kind van € 6.908 relevant zijn, als die nog beschikbaar is. De schenkbelastingtarieven voor een kind zijn in 2026 10% tot € 158.669 en 20% over het meerdere. Bij een belastbare verkrijging van € 707.217 komt de schenkbelasting in dit voorbeeld uit op circa € 125.577.

Zonder BOR zou de berekening, onder dezelfde vereenvoudigde aannames, over vrijwel de volledige aandelenwaarde lopen. De schenkbelasting zou dan circa € 622.752 bedragen. Dat verschil van ongeveer € 497.175 is geen garantie of offerte: het volgt alleen uit deze fictieve cijfers en aannames. Andere schenkingen, de relatie tussen schenker en verkrijger, de waardering, aftrekposten en de juridische vorm kunnen de uitkomst veranderen.

De Belastingdienst publiceert de actuele schenkbelastingtarieven. De BOR-grens en de overige voorwaarden moeten worden beoordeeld voor het jaar waarin de schenking of vererving plaatsvindt.

De eerste controle: wordt er echt een onderneming overgedragen?

De BOR is bedoeld voor een actieve onderneming. Een effectenportefeuille of ander beleggingsvermogen wordt niet vanzelf ondernemingsvermogen doordat het in dezelfde bv staat als de werkmaatschappij. Overtollige banktegoeden, beleggingen en bepaalde vastgoedposities vragen daarom om een onderbouwde kwalificatie. Kijk naar het feitelijke gebruik, de functie voor de onderneming en de relevante fiscale regels; alleen een balanslabel is niet beslissend.

Bij een holdingstructuur moeten de activiteiten en bezittingen van de onderliggende vennootschappen zorgvuldig worden gevolgd. Ook moet worden vastgesteld welk aandelenbelang wordt verkregen en welk deel daarvan aan de BOR-voorwaarden voldoet. Een bestaande holding maakt een overdracht niet automatisch kwalificerend.

De tweede controle: wie draagt over, aan wie en wanneer?

Bij schenking moet de schenker in beginsel minstens vijf jaar eigenaar van de onderneming zijn geweest en moet de verkrijger minstens 21 jaar zijn. Bij verkrijging door overlijden geldt in beginsel een bezitstermijn van één jaar voor de erflater; voor de verkrijger geldt dan geen minimumleeftijd. De onderneming moet een actieve, lopende onderneming zijn.

Voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 geldt in beginsel een voortzettingstermijn van drie jaar. Bij aandelen moet de verkrijger gedurende die periode eigenaar blijven en moet de vennootschap de onderneming blijven drijven. Een verkoop, staking, wijziging van activiteiten of herstructurering kan gevolgen hebben. Laat een voorgenomen wijziging dus vooraf toetsen, ook wanneer die zakelijk logisch lijkt.

De officiële voorwaarden staan op de pagina Bedrijf erven of schenken: de bedrijfsopvolgingsregeling. De wet kent uitzonderingen en technische regels; de korte termijnen hierboven vervangen geen toets van de concrete structuur.

De BOR en de DSR beantwoorden verschillende vragen

De BOR ziet op schenk- en erfbelasting. De doorschuifregeling voor aanmerkelijk belang (DSR) ziet op inkomstenbelasting in box 2. Bij overdracht van aandelen kan de DSR, als aan de eigen voorwaarden is voldaan, voorkomen dat de schenker direct over de meerwaarde afrekent. De belastingclaim wordt dan doorgeschoven naar de verkrijger.

Een beroep op de BOR betekent dus niet automatisch dat de DSR ook geldt. De regelingen hebben verschillende wettelijke voorwaarden en moeten afzonderlijk worden doorgerekend. Zie ook Hoe werkt de doorschuifregeling (DSR) bij aanmerkelijk belang?

Wat u vóór de overdrachtsdatum op orde wilt hebben

  1. Een waarderingsdossier: onderbouw de aandelenwaarde en leg vast hoe ondernemingsvermogen, beleggingsvermogen, schulden en eventuele liquidatiewaarde zijn bepaald.
  2. Een structuurtekening: breng de aandeelhouders, holdings, werkmaatschappijen en belangen in kaart en toets welk vermogen kan meetellen.
  3. Een overdrachtsplan: bepaal of u schenkt of nalaat, wie de opvolger is en hoe de voortzetting in de eerste drie jaar wordt geborgd.
  4. Een afzonderlijke BOR- en DSR-toets: behandel schenk- en erfbelasting en box 2 niet als één regeling.
  5. Een aangifteplanning: de BOR wordt niet automatisch toegepast. De verkrijger moet om toepassing vragen in de aangifte schenk- of erfbelasting, voordat de aanslag definitief vaststaat.

Na de overdracht: bewaak de voorwaarden

De administratie stopt niet op de overdrachtsdatum. Bewaar de waardering, de berekening van het kwalificerende vermogen, de aangiften en de stukken over de voortzetting. Noteer ook geplande transacties zoals een verkoop, reorganisatie of wijziging van activiteiten. Als de voortzettingsvoorwaarden niet meer worden gehaald, kan de vrijstelling geheel of gedeeltelijk vervallen en kan alsnog belasting verschuldigd zijn. Vraag daarom vooraf advies wanneer de opvolger binnen de termijn iets wil wijzigen.

De Belastingdienst kan onder voorwaarden uitstel van betaling verlenen voor het deel dat na de BOR nog belast is. Dat uitstel is niet automatisch en brengt invorderingsrente mee. Het is dus geen vervanging voor een liquiditeitsplan.

Conclusie

Een goede BOR-berekening begint bij de feiten en de waardering, niet bij het vrijstellingspercentage. Splits de verkrijging uit in kwalificerend ondernemingsvermogen en overige bezittingen, controleer de voorwaarden voor schenker en opvolger, en bereken de BOR en DSR afzonderlijk. Zo ziet u vóór de overdracht waar bewijs of planning nodig is.

Wilt u eerst een indruk krijgen van aandachtspunten in uw situatie? Bekijk de Quickscan bedrijfsopvolging. Voor een persoonlijke berekening zijn de actuele cijfers, de ondernemingsstructuur en de overdrachtsdocumenten nodig.

Dit artikel is algemene informatie over de stand van zaken in 2026 en is geen individueel fiscaal advies. Controleer de wet- en regelgeving op de datum van overdracht.

Categorieën